Muller [Vörden, Osnabruck]; Müller

Opgenomen in deel (delen)

Klik op een deeltje voor de volledige inhoudsopgave

Van de hier beschreven katholieke familie is de oudste bewezen stamvader Johann Bernhard Müller († 1695), gerechtsgriffier en -notaris van het ambt Vörden in het prinsbisdom Osnabrück. Sluitend bewijs werd niet gevonden, maar zeer waarschijnlijk was hij identiek met Johan Berendt Müller, in 1647 geboren te Brinkum (graafschap Hoya) als zoon van Statius Müller (1593-1671). Statius was eerste kamerdienaar (1628) van de keurvorst Philip Sigismund van Hannover resp. hertog Friedrich Ulrich van Hannover, rentmeester van het Klooster Heiligenrode (graafschap Hoya) bij Bremen (1632), tollenaar te Brinkum (1638-1647) en vrij-erfgezetene aldaar. Diens vader ds. Franciscus Müller (1549-1622) en grootvader ds. Bernhardus Müller (1490-1575) waren tussen 1539 en 1622 de elkaar opvolgende lutherse predikanten te Oberbörry (Amt Grohnde, Hamelen, vorstendom Kalenberg).  Nauwkeurige genealogische gegevens over hen, op de hiervoor genoemde stamboom uit 1752, lijken terug te gaan op oude familieaantekeningen.
 Een kleinzoon van de bewezen stamvader Johann Bernhard Müller, Jan Martin Müller (III, 1731-1814), geboren in Billerbeck en opgegroeid in Coesfeld (beide in het bisdom Münster), vestigde zich in of voor 1765 als factoor en wijnkoper te Zwolle, waar hij in 1783 gecommitteerde uit de burgerij was. Een van zijn zoons was pastoor en werd in 1821 gekozen tot aartspriester van Salland en Drenthe. Twee andere zoons, van wie de hier beschreven takken afstammen, werden commissionair en makelaar te Amsterdam. Ook onder hun nazaten waren, en zijn tegenwoordig, ondernemers en leiders van grote bedrijven.
 

Familiewapen Muller [Vörden, Osnabruck]

Doorsneden: A in rood een duif van natuurlijke kleur zittend op een schuin voor een groene grasgrond uitkomende stok van natuurlijke kleur, in de snavel een zilveren takje met 3 eikels en bladeren houdend; B in zilver een zwart monogram opgebouwd uit de letters LPMVT vergezeld van drie gouden sterren (2, 1). Helmteken: de duif van het schild. Dekkleden: rood, gevoerd van zilver. 

Dit wapen is afgebeeld op een getekende stamboom uit 1752, in familiebezit, van de Duitse familie Muller. Deze is samen¬gesteld door Philip Friedrich Müller, pachter van de stadswaag te Bremen. Hij was een kleinzoon van Philip Friedrich Müller (1627-1704), zeer waarschijnlijk de broer van Johann Bernard Müller (I, [1647]-1695). Het monogram in het schild staat voor de spreuk Lucerna Pedibus Meis Verbum Tuum (Uw woord is een lamp voor mijn voet; Psalm 119:105).

Het monogram komt niet voor op zegelafdrukken van door leden van de hier besproken familie gevoerde wapens uit de achttiende en negentiende eeuw. Die vertonen in de onderste helft vier sterren (1, 2, 1). Het zegel van notaris Friedericus Wilhelmus Müller te Coesfeld (II, 1688-1757) had wel als randschrift Lucerna pedibus meis verbum tuum et lumen semitis meis. Zijn zoon Carolus Benedictus Müller (II,3, 1725-1794), stadssecretaris van Coesfeld, had daarentegen een zegel met als randschrift Soli deo gloria. Ook Joannes Wilhelm Müller (1773-1844; zoon van II,2), ontvanger te Xanten, zegelde in 1806 met het wapen met vier sterren (zie aantekeningen en nagetekende zegels in familiearchief Muller, inv.nr. 32). 
N.B. De wapenbeschrijving op de stam¬boom uit 1752 vermeldt geen duif, maar een sperwer. Omdat echter op de tekening en alle latere afbeeldingen van het wapen duidelijk een duif is te herkennen, wordt deze als correct beschouwd. Tevens is op sommige latere afbeeldingen deze duif op alleen een (rijzende) grasgrond weergegeven en op andere weer op een stok (of een knoestige stronk) zónder grasgrond.
 

  • Gemeentearchief Wage­ningen, Familiearchief Muller (toegangsnr. 205)
  • Stadsarchief Amsterdam, Archief van de familie Muller en aanverwante families (toegang 301)
  • Internatio­naal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam, Archief Hendrik C. Muller (coll.nr. ARCH00911).